over mijabout mede webvlijmscherperfoto'slimerickscontactadressen en links

De W e b v l i j m s c h e r p e r



 

 

 

Ergeren jullie je ook zo aan:



besluiteloze weggebruikers
aan domme rijke jongetjes en
aan alle mensen die niet weten dat ze dom zijn,
aan hypocrisie,
aan mensen die kauwgom en mandarijnenschillen in een asbak gooien,
aan mensen die zwijgen terwijl ze iets op je tegen hebben,
aan lafheid,
aan mensen die zich verschuilen achter smoesjes,
die het alsmaar over geld hebben,
die over hun lijn zeuren !

ik dus wel....


 

 

 

 

 

wat ik verder dit jaar niet meer hoop te zien,
te horen of mee te maken dit jaar,
is dit: 

 

 

Mensen die 'lekker belangrijk' zeggen.

 Jeroen Pauw die opstaat van de desk voor hij uit beeld is.

 IJs met koekdeeg erdoorheen.

 ‹berhaupt ijs met dingen erdoorheen.

 Radiocommercials met bekakt sprekende mannetjes. 

Dirigenten die te lang buigen.

 Deugfascisme in het algemeen.

 Oranje verenigingen.

 Doe de monarchie dan ook maar meteen.

 Stilisten,Stylisten en Stailisten.

 Televisiepresentatrices die vragen: "Ben jij een healthfreak?" en gasten die daarop antwoorden:
 "Ik ben een junkfood junky, maar in principe ben ik er wel mee bezig."

 Herman Pleij op 'leuk'.

 Mensen die 'gemeend te moeten' zeggen, een middeninitiaal hebben en in de politiek gaan.

  'Zeg maar'. Zeg maar niet.

 Reclamespotjes waarin kutstreken als cool worden voorgesteld.

 Boeken waarvan de verkoop 's nachts begint.

 Deftige Republikeinen.

 Ouders en begeleiders van xfactor kandidaten.

 Diagonaal gestreepte overhemden.

 Gelhaar.

 Oorringetjes.

 Ajaxieden in het algemeen eigenlijk.

 Metroseksuelen.

 Bumperklevers.

 Vroegritsers.

 Laatritsers.

 Patty Brard.

 Spotjes waarin door ranzige jongeren iets goors naar binnen wordt gewerkt,
en dat moeten wij dan gaan kopen.

 Knevel op Zaterdag zonder Knevel

 Knevel op Zaterdag met Knevel.

 Tosti's van 3 euro 50.

 Cappuccino's van 2 euro 80.

 Bordjes met 'situatie gewijzigd'.

 Tv spotjes van Essent of Nuon, gevolgd door een stroomstoring.

 Telefonisten die 'U mag het zeggen' zeggen.

 Helpdeskers die de uitdrukking 'dat weet ik niet' niet kennen.

Bekende Nederlander imitaties waarvan de stem niet klopt.

Of de kop.

 0900-nummers met eigenwijze meisjes die van niets weten.

 Kamerleden die de zegswijze 'ik sluit mij bij de vorige spreker aan' niet kennen.

 Kamerleden die deze zegswijze wel kennen, hem gebruiken,
en de vorige spreker alsnog in extenso aanhalen.

 Fietsers op het jogpad.

 Joggers op het fietspad.

 Tv presentatoren met een waaier bankbiljetten.

 Mensen die 'mijn dank is groot' zeggen.

 Kleine kinderen die aanbellen om niks.

 Hoewel, dat mag blijven.

 

 

 

 

 

 

 


 

Pensioen

  Ik las kortgeleden een merkwaardige tekst van een anonieme schrijver uit de 17e eeuw.
Het is een gebed van iemand die waarschijnlijk met pensioen ging.
Omdat ik zelf ook gepensioneerd ben sprak het me wel aan.

Ik wil het alle gepensioneerden en ook anderen niet onthouden.

“Heer, verlicht mijn verstand om altijd goed ter zake te blijven.
Ik durf natuurlijk niet meer vragen om een beter geheugen, maar leer mij aanvaarden
dat het geheugen van jongeren wellicht preciezer is dan het mijne en
dat ik mij in mijn herinneringen kan vergissen.
Bevrijd me van de verleiding om andermans zaken te willen regelen.
Het zou ook best zijn dat ik mijn zogenaamd rijke ervaring
niet ten volle bruikbaar maak, want ik wil ook nog enkele vrienden behouden.
Laat me zwijgen over mijn kwalen en pijnen en
verzaken aan het zoete genoegen ze steeds te herhalen.
Ik durf niet de genade vragen om graag die van anderen te aanhoren,
maar geef me het geduld om er naar te luisteren.
Schenk me het licht om het goede te vinden waar ik het niet verwacht had en
talenten te ontdekken in mensen bij wie ik het niet vermoed had.
En geef me de minzaamheid om het hen te zeggen.
Maak me zachtmoedig en gedienstig, niet misnoegd en bazig,
maar behoorlijk genietbaar.
Amen.”

(Anoniem - 17e eeuw)


 

 


Studeren? Dat doe je erbij!

zegt Yoep van 't Hek

 

Toen ik vierhonderd jaar geleden voor het eerst optrad in de grote schouwburg van Enschede,
stond ik voor aanvang even met de directeur te praten. Hij vertelde mij dat de zaal uitverkocht was en
ik vroeg hem of er veel studenten in de zaal zaten, waarop hij antwoordde:
 ,,Enschede heeft geen studenten, uitsluitend jongens en meisjes die goed kunnen leren.
Studenten zitten op een universiteit en dit is een hogeschool.''

Ondertussen is de hogeschool Twente omgedoopt in universiteit, net als Tilburg
en het schijnt dat ook de Mavo van Emmeloord wilde toekomstplannen heeft.
Ik ben benieuwd. Zelf heb ik nooit gestudeerd. Na mijn achtjarige Mavo schreef ik reclameteksten
voor een wijnhandel en bouwde aan mijn cabaretje.
Vrij vlug kon ik daar redelijk van leven. Na nog wat ambachten en ongelukken ben ik me
fulltime op het toneel en mijn pen gaan concentreren en hou me al jaren gemakkelijk staande in een wereld,
waarvan een deel wel gestudeerd heeft en een deel niet.

Kortom: studeren is maar een beetje belangrijk. Als je maar een tijdje op en rond een universiteit
 hebt gebivakkeerd en heel veel hebt geleerd van de oh zo belangrijke bijzaken.
Als je later maar gelukkig wordt in welk ander vak dan ook. Deze theorie klopt natuurlijk maar ten dele,
omdat er nou eenmaal vakken zijn waar je echt voor gestudeerd moet hebben.
Ik wil niet dat in het ziekenhuis een econoom mijn blindedarm komt verwijderen.
Een bevriende chirurg vertelde mij laatst dat dat niet veel meer scheelt tegenwoordig.
Veel specialisten zijn volgens hem medische economen.

Wat mij wel opvalt is dat er de laatste tijd zo'n verontrustend hoog studie-ethos rond de
studentjes hangt en dan heb ik het vooral over de jongens en meisjes, die goed kunnen leren.
Vaak melden zij met enige trots dat je voor hun opleiding keihard moet werken en
dat je in je praktijkstage goed wordt uitgeknepen. Bijna sadomasochistisch glunderen ze
dit standpunt jouw kant uit. Daarna vertellen ze dat dat de enige manier is om je later
in het internationale bedrijfsleven staande te houden. Werken, werken en nog eens werken.
En het wordt vooral op zo'n stellige toon beweerd. Ik sta daar altijd een beetje appelig bij te kijken,
informeer daarna onmiddellijk naar het aantal gelezen boeken, bezochte theaterstukken, geziene films,
bevreeŽn partners, gedronken nachten en gemaakte reizen.

Meestal stuit ik op een blik vol onbegrip en een vreemde stamelstilte. Genieten doe je later maar.
Na je pensioen. Eerst hard studeren en werken voor Unilever,Aegon of ING. Ik werp dan altijd voorzichtig tegen
dat er geen later is, je voor je pensioen kan sterven en dat juist je jeugd de periode is
waarin je tot op je vezels moet genieten van alles en vooral van nog wat.
Maar mijn boodschap komt niet meer aan. Ze zijn gehersenspoeld en hebben het er over dat je
geen slampamper moet worden, maar uren moet maken. Ik opper dan dat een bundel poŽzie
je wijzer kan maken en een stevige huilbui na een mislukte relatie goed is voor je fundamenten,
net als de gereisde reis naar een land waar werkelijk niks is. Goed voor je relativeringsvermogen.
Maar ik verlies de discussie. Ze komen met tabellen en getallen en vertellen hoe gemakkelijk je de boot mist.
Welke boot? De boot.

Het gevolg is dat een heel groot grijs leger afgestudeerde jongens en meisjes de kantoren
van Nederland bezet. Allemaal keurig in het pak, gsm aan hun oor, druk, druk, druk en ze slaan allemaal
dezelfde yuppentaal uit. Alleen weinig boek, film en/of theater. Ze zijn zo grauw met hun laptopje en
hun zouteloze praatjes over gaten in de markt en het halen van je target. Vakkundig, maar geen levenservaring,
dus geen ontwikkeld gevoel voor humor. En wat ik zo jammer vind: het leger wordt groter en groter.
Laatst werd een vriendinnetje van mij verlaten door haar saaie HBO-man. Eerst was ze verdrietig,
maar ik vertelde haar dat er vast wel weer een gozer zou komen. En hij kwam. Exact dezelfde.
Uit hetzelfde rek van hetzelfde magazijn. Hij skeelert op zaterdag. Geen lanterfanter dus.

En volgens mij is dat wat er aan veel moderne studenten ontbreekt. Het categorisch lanterfanten.
 Plaatje draaien, biertje drinken. Heerlijk! Gelukkig ken ik nog genoeg studenten,
onder wie veel neefjes en nichtjes, die nog heel goed weten hoe het moet en altijd tijd hebben
als ik ze bel voor iets leuks.
Zij weten als geen ander: Studeren? Dat doe je er maar bij.

( Youp van ‘t Hek - NRC 7 oktober 1999 )

( 2013:Zo ook bij mijn Pensioen ! )
(Ger)

 

 

 

 

Miriam van Reijen zegt hierover:

 

'Ik geloof in de god van de filosofen'

'Voor mijn part geloven mensen in kabouters'

'Geen toeval, geen vrije wil en geen goed en kwaad'


Ik ben heel aards ingesteld en heb geen behoefte aan een geloof. Ik denk liever zelf na.
Ik ben katholiek opgevoed maar ben daar al vrij snel vanaf gestapt.
Toen ik vier jaar was vroeg ik aan Onze-Lieve-Heer of hij mij kon helpen een liever kind te worden,
maar dat haalde niks uit. Dat bracht mij op de gedachte dat Onze-Lieve-Heer helemaal niet bestaat.
Als kind vond ik discussies over het geloof wel interessant en praatte ik al op basis van argumenten.
Ik kon eindeloos doorgaan met vragen naar het waarom en het hoezo.
Mijn moeder verweet mij wel eens dat ik niet deugde.
'Daar kan ik niets aan doen, want Onze-Lieve-Heer heeft mij zo geschapen', antwoordde ik.
 'Nee', zei mijn moeder, 'God heeft jou een vrije wil gegeven'.
 En ik weer: 'Ja, maar als God alwetend en almachtig en goed is,
weet hij blijkbaar van te voren dat ik iets ga doen wat niet deugt.en toch laat hij dat toe.'
Dat viel voor mij niet met elkaar te rijmen. Hoe kan een almachtige,
alwetende en goede god het kwaad in de wereld toestaan?
Als je daar goed over nadenkt, weet je dat dat niet kan kloppen.
In het dagelijks leven moet je van alles geloven, omdat je niet voortdurend kunt controleren of iets waar is.
Als ik op de radio hoor dat ergens een lange file staat, dan geloof ik dat en
neem ik een andere route. Maar als ik wil kan ik nagaan of het echt waar is,
door ter plekke te gaan kijken of er inderdaad een file staat. Daarnaast zijn er een aantal dingen
die je niet kunt controleren en die je onmogeliik kunt weten,bijvoorbeeld of god bestaat,
of er een leven na de dood is en of het leven zin heeft.
Dan kun je twee dingen doen: dat zo maar geloven of je denkvermogen gebruiken en
daar zo kritisch mogelijk over nadenken. Ik kies voor het laatste. Voor mij betekent filosofie
dat je iets niet zo maar gelooft omdat anderen dat zeggen, maar dat je probeert met je eigen
denkvermogen erachter te komen hoe het zit. Als ik nadenk over het geloof,
dan kom ik tot de conclusie dat veel niet waar is van wat het geloof beweert.
Op zichzelf heb ik tegen religie geen bezwaar. Het doet er niet toe of je wel of niet gelooft in het
bestaan van God. Voor mijn part geloven mensen in het bestaan van kabouters,zo lang ik daar
maar geen last van heb. Het kan geen kwaad als iemand in God gelooft, maar het gaat mij te ver
als iemand gelooft dat God ons van alles oplegt en verbiedt.
Mensen krijgen op grond van hun religie allerlei ideeŽn over wat wel en niet mag,
bijvoorbeeld dat je geen seks voor het huwelijk mag hebben of dat studeren eigenlijk
maar niks is voor een vrouw. Zo'n geloof kan het leven van jezelf en dat van anderen in de weg zitten.
Dat kan er zelfs toe leiden dat vaders hun dochters gaan vermoorden uit eerwraak.
Ik heb nooit in opvattingen kunnen geloven, waardoor mensen zich in hun leven laten beperken.
Moeten en mogen zitten alleen in de hoofden van mensen. Ethiek en moraal hebben
geen werkelijk bestaan. Je kunt ze niet zien dus je kunt er slechts in geloven.
Je kunt immers nooit aantonen dat iets moet of niet mag. Daarin heb ik een heel radicale filosofie.
Ik geloof niet dat er ethisch goed en slecht gedrag is. Je kunt beter spreken over gewenst en
ongewenst gedrag, en iemands doen en laten beoordelen zoals je de natuur beoordeelt.
Als Nederland dreigt te overstromen, zeggen we niet dat het water dat niet mag,
maar we vinden dat wel ongewenst en bouwen een dijk.
Zo zouden we ons ook effectief kunnen opstellen als het om menselijk gedrag gaat.
Je haalt een rotte appel niet uit de mand omdat die ethisch niet deugt,
maar omdat die andere appels aansteekt.Vanuit die gedachte kun je iemand
die een ernstig misdrijf heeft begaan, wel levenslang opsluiten
 maar zonder dat je hem of haar verwijten maakt.
Ik geloof alleen in de 'god van de filosofen' en met name in het godsidee van
de Nederlandse filosoof Spinoza uit de 17e eeuw.
De god van Spinoza is geen persoonlijke god van wie je iets zou moeten. Hij is geen god van liefde,
en geen god van goed en kwaad. Dat zijn menselijke eigenschappen die wij aan god toedichten.
 De god van Spinoza is een god die de eerste oorzaak is van alles wat bestaat,
maar die zelf niet veroorzaakt is. Of hij er altijd is geweest of ooit ontstaan is,
kunnen we niet weten omdat dat buiten ons denkvermogen valt. God werkt via de natuurwetten,
zodat we god kunnen kennen door de natuurwetten te kennen. Alles wat gebeurt,
 is de werking van god, en daarom is er geen toeval, geen vrije wil en
is er ook geen goed en kwaad. Als je dat inziet, krijg je gemoedsrust.
Menselijke relaties worden veel prettiger als je niet meer in termen van haat, schuld,
verwijt en wraak hoeft te denken.
De god van Spinoza bevredigt mijn behoefte om alles te kunnen verklaren.
Geloven in de zin van religie en spiritualiteit kan ik niet.
Ik heb alleen een passie voor de waarheid.

(uit BD 2006)

(2013:hartgrondig mee eens)
(Ger)

 





 

Op zoek naar God met de trein


 

ik was op zoek naar God

dus ik nam de eerste trein

hij heeft het nogal druk

en... ik wou de eerste zijn.

 

 

Ik wist niet welke trein het was

ik gokte op spoor ťťn

daar stonden nog geen mensen

wie God zoekt, zoekt alleen.

 

 

De trein had flink vertraging

bovenleiding weer kapot

 
  ook de tweede kwam maar niet
 
  ik dacht nog: God o God



Ik liep naar het loket

want daar ligt zo'n formulier

voor als de trein om ťťn uur gaat

en hij komt om kwart voor vier.

 

 

Een geeuwende mevrouw zei:
 

'Hier zo, vult u dit maar in.'

 
   Ik zei: 't is voor de trein naar God
  
   of heeft het dan geen zin?'



Ze keek me wat verwonderd aan

en lachte: 'Maar meneer,

de trein naar God die rijdt

al in geen eeuwen meer.

 

 

Die lijn is opgeheven

want er kwam geen hond!'

 
  zei ze onverschillig terwijl
 
  Ik daar wachtend stond.

 

 

Het is de schuld van de NS

   dat ik God vandaag niet vond.


 

 

 

en....nu even dit:

Den Kock spreekt



Ick heb mijn ambacht wel gheleert,
In Princen Hoven veel verkeert,
Soo dat ick nu wel koken can
Op kleynen tijt voor hondert man;
Want op sijn Enghels, op sijn Spaens,
Op sijn Frans, en Italiaens
Maeck ick de saussen suer, oft soet
Waer aen g'u vinghers lacken moet.
Al wat ick koock, is delicaet:
't Gheback, 't ghesoden, en 't ghebraet
Dry voeten smaecken door de keel:
Men eet daer van met lust te veel.
Nochtans ick hoor, dat my doet spyt,
Noch alle daegh dit valsch verwyt,
Maer ick treck my dat niet veel aen,
Want ick sien 't overal soo gaen.
Dit te smets, dat te sout,
Dit te heet, dat te kout,
Dit te nat, dat te droogh,
Dit te leegh, dat te hoogh,
Dit te slap, dat te styf,
Dit te nauw, dat te ryf,
Dit te slecht, dat te goet,
Dit de suer, dat te soet,
Dit te laf, dat te serp,
Dit te saght, dat te scherp,
Dit te mals, dat te hart,
Dit te wit, dat te swart,
Dit te groot, dat te kleyn
Dit te vuyl, dat te reyn,
Dit te spits, dat te bot,
Dit te ryp, dat te rot,
Dit te cort, dat te lanck,
Dit te sterck, dat te cranck,
Dit te breet, dat te smal,
Dit te swar, dat te licht,
Dit te wyt, dat te dicht,
Dit te fris, dat te flauw,
Dit te traegh, dat te gauw,
Dit te vroegh, dat te laet,
Dit te goet, dat te quaet,
Dit te vast, dat te los,
Dit te bleeck, dat te ros,
Dit te jonck, dat te out,
Dit te stil, dat te stout,
Dit te magher, dat te vet,
Dit te morsigh, dat te net,
Dit te cantigh, dat te bont,
Dit te quistigh, dat te cael,
Dit te molligh, dat te schrael.
Soo gaet het vrienden, met den Kock,
Als is hy net, hy is een smock;
Hoe gauw hy is, hoe wel hy doet,
Men altijt van hem claeghen moet:
Hierom ick my met recht beclaegh;
Want ick behaegh gheen viese maegh:
Maer toont my eens wie koken can
Een spys, die smaeckt aen alleman.
 
Gerardus Den Cock
@ Vlijmen Brabantia
1838
 
 
 
 
 

Over mijn computer:



Every night I lie in bed
This little prayer inside my head
God bless my mom and dad
and bless my children...

And God, there's just one more thing
I wish that you would do
if you don't mind me asking
to just bless my 'puter too?

Now, I know that it's not normal
to bless a small machine
but listen just a second
and I'll try to explain...

You see, that little metal box
holds more than odds and ends.
Inside those small compartments
rest a hundred loving friends.

Some,its true, I've never seen
and most I've never met
we've never shaken hands or
even truly hugged, and yet...

I know for sure they love me
by the kindnesses they give
and this little scrap of metal
is how I get to where they live.

By faith is how I know them
much the same as I know you...
by sharing my life it brings them close,
so if its o.k. with You,

Just take an extra minute
from your duties up above...
to bless this little hunk of steel
that's filled with so much love.

Jerry Cook

 


 


De vreemdeling en ons brood.

Er was eens een klein dorpje hier ver, ver vandaan. Tussen alle bewoners die er al generaties lang waren,
bevond zich een vreemdeling. Niemand wist precies wanneer hij gekomen was, waar hij vandaan kwam en
waar hij nu woonde. Wel zagen ze dat hij een heerlijk makkelijk leventje leidde. Hij zat meestal langs de kant
van de rivier, deed een tukje, viste wat, keek genoeglijk over het water en at zijn brood en dronk zijn wijn.
Niemand sprak met hem en hij, op zijn beurt, sprak met niemand.
Langzaamaan begonnen de inwoners zich aan hem te ergeren.
„'Dat' doet maar niks, lummelt maar wat rond en wij maar werken, wij betalen onze belastingen!
Hij komt en eet alleen ons brood." En zoals dat gaat, werden de bewoners steeds nijdiger,
klitten samen en besloten de vreemdeling weg te sturen.
„Hij moet weg, hij moet weg"!, schreeuwden ze. Ze kijken hem rustig na als hij gaat.
Rustig loopt hij met zijn spulletjes het dorp uit maar eerst gaat hij nog even bij de bakker langs.
 „Daar gaat hij met ons brood", mokken ze nog na. De volgende dag, zondag, kun je de opluchting voelen en
 is het net of de zon warmer schijnt dan anders.
Als maandagmorgen de vrouwen in vrolijkheid brood gaan halen bij de bakker is er geen brood.
„Wat is er?", vroegen de vrouwen en de oude bakker zegt:
„Kijk mensen, ik ben al lang te oud om brood te bakken. Ik zet alles wel klaar, maar bakken kan ik niet meer.
Dat was het werk van de vreemdeling. Hij bakte het brood 's nachts en ik verkocht het 's morgens..."

Heb ik nu een speciale bedoeling met dit aardige verhaal?
Ach nee, iedereen kan eruit halen wat hij wil, want vreemdelingen zijn we allemaal.
Wij weten niet of nauwelijks wat de ander doet of voelt.
De Brabanders zijn vreemdelingen in Limburg en vice versa.
We weten niet of we elkaar nodig hebben of hoe nodig we voor elkaar (willen) zijn.
Vreemdelingen zijn we allemaal, al is de een meer vreemdeling dan de ander.

De moraal? Wie kaatst kan de bal verwachten.

Jerry Cook


 

 

Achter de knoppen


 

Letterlijk en figuurlijk is hij een oude "vriend". Gerrit,
ik ken hem al jaren en hij is inmiddels 74 jaar.
Gerrit is eigenlijk meer een jongere oudere.
Toen hij jaren geleden met de vut ging, begon hij min of meer een nieuw leven.
Want, zei hij, ik mag dan wel een jaartje ouder worden, ik wil er nog wel graag bijhoren.

Gerrit had daar zo zijn eigen ideetjes over.
Eerst wierp hij zich op de computer. Hij leerde allerlei digitale kunstjes en
waagde zich met succes op het wereldwijde web.
Sindsdien krijg ik kunstwerkjes in mijn mailbox die ik zelf echt niet produceren kan.
Gerrit draait er zijn hand niet voor om. Hij ging ook nog eens studeren.
Allerlei cursussen ging hij volgen. Nu is hij bezig met een studie cultuurwetenschappen.
Hij heeft er inmiddels al zo veel achter de rug dat ze hem eigenlijk de titel
van doctorandus cadeau zouden moeten geven.

Het valt me telkens op hoe enthousiast Gerrit is en met hoeveel plezier hij in het leven staat.
Van de week belde hij nog. „Jongen”, zei hij, „het is een dooddoener,
maar er is echt een wereld voor me opengegaan.”
Toevallig stonden er deze week in onze krant een paar artikelen die met computers te maken hadden.
In Vlijmen gaat men ouderen de weg wijzen op de digitale snelweg.
Mooie initiatieven. Ik moest denken aan Gerrit, die zo veel plezier beleeft aan zijn computer.
En het is weer eens iets anders dan de zoveelste sjoel- of kaartmiddag
van de een of andere bond van ouderen.

De computer wordt steeds belangrijker, op het werk en daarbuiten.
Kijk bijvoorbeeld maar eens hoeveel gemeenten tegenwoordig investeren in digitale dienstverlening.
Straks hoef je nooit meer een gemeentehuis van binnen te zien.
Of je moet je geroepen voelen eens een vergadering te bezoeken,
hetgeen niet in alle gevallen aan te bevelen is. Digitaal, het is een toverwoord.
En de gemeenten doen braafjes mee. Er is zelfs een klassement van digitale gemeenten.
Elke dag wordt dat aangepast. Een gemeente die gisteren nog op plaats 345 stond,
kan vandaag opeens geklommen zijn naar plaats 60, omdat de webmaster eens extra zijn best heeft gedaan.
Andersom kan ook. Een dagje ziekteverzuim van de webmaster kan zomaar een duikeling betekenen.

Wie bij wil blijven, moet aan de computer en moet aan internet.
Graag of niet. Mijn vriend Gerrit deed het graag. „Een nieuwe wereld ging voor me open”, zei hij.
Het zal niet lang meer duren voordat het klassement van digitale gemeenten
gezelschap krijgt van de top 100 van beste oudjes achter de knoppen.
Ik zou het wel weten: liever actief achter de knoppen van de computer dan
stilletjes naar de knoppen voor het raam achter de geraniums. !

Jerry Cook

 

 




Dubbele punt



De dubbele punt is een punt en een punt, en die punten staan boven elkaar
De ene punt lijkt op de andere punt, dat is ontegenzeggelijk waar
En denk nu maar niet dat je alles al weet, want ik ben nog niet helemaal klaar
Integendeel, ik heb nog veel informatie, en die maak ik nu openbaar

De dubbele punt is een punt en een punt, in totaal zijn er dat dan dus twee
We zouden het ook een tweevoudige punt kunnen noemen, daar zit ik niet mee
We zouden wel tijd kunnen winnen en afkorten tot de twee letters d.p.
Maar overal zeggen ze dubbele punt dus ik zeg het dan ook maar gedwee

De dubbele punt is een punt en een punt, en wat je dient te weten is dit:
Het leesteken is voor de hotemetoot evenzeer als de hittepetit
Het moet altijd tussen twee zinsdelen staan, waarvan 't eerste het tweede bezit
Dit onderwerp heeft mij geheel in de ban en ik raak al een beetje verhit

De dubbele punt is een punt en een punt, en dan ben ik nog niet uitgepraat
Dit teken leidt in wat gedacht of gezegd of geschreven wordt, dus een citaat
Let wel: na let wel of aldus of iets dergelijks is 't eveneens adequaat
Je kunt het ook interpreteren alsof er te weten of namelijk staat

De dubbele punt is een punt en een punt, en dan zeg ik beslist niet te veel
De ene beneden, de andere boven, ze vormen een smaakvol geheel
Ze laten zich lezen in Buckingham Palace zowel als een rustig prieel
Bij 't heldere licht van een toverlantaren, maar ook in Tietjerksteradeel

Of je nu verkiest Dostojewski te lezen, of Emma en Lodewijk Brunt
Obscene gedichten of wiskundeboeken, geen mens hier die je dat misgunt
Je haalt ze misschien uit de bibliotheek of betaalt ze met klinkende munt
Maar wat je ook leest, je begrijpt dan tenminste na heden de dubbele punt.

 

 

 

Snelheid van het licht

Wisten jullie dat de snelheid van het licht
gelijk is aan de snelheid van de zwaartekracht...??
Onlangs heeft men dat kunnen meten.
Einstein beweerde dit al in 1915.

Kunnen wij weer rustig gaan slapen.....toch...??

Ger Kok

 

 


 








VROEGER

 
Toen de dieren nog konden spreken
en de mensen hun kop nog hielden
toen vijanden mekaar ontweken
migranten nog geen hard drugs dealden
toen allen nog gaan stemmen konden
zonder onderscheid van kleur of ras
toen vleeseters nog niet bestonden
en haast elke boom een fruitboom was

tůen had ik dus willen leven
want nu is elke norm vervaagd
misschien vind je dat wat overdreven
maar niemand heeft jou iets gevraagd !

 


 

 

 


Een neger sprak tot een blanke :

 

Als ik in de zon lig, ben ik zwart

Als ik ziek ben, ben ik zwart

Als ik kwaad ben, ben ik zwart

Als ik het koud heb, ben ik zwart

Als ik het warm heb, ben ik zwart


Als jij in de zon ligt,ben je bruin

Als jij kwaad bent, ben je rood

Als jij misselijk bent, ben je groen

Als jij het koud hebt, ben je blauw

Als jij het benauwd hebt, ben je paars

Als jij dood bent, ben je wit

Als jouw lever niet in orde is, ben je geel


En...dan noemen ze mij een kleurling,snap je dat nou.


 

 

 


 

 
 



 

 


 

 

 


 
 
 
 


     
   


 


 

 

© Ger Kok
@ Vlijmen 2013

 

 

 

 
Ger Kok Vlijmen NB email:gerkok@home.nl